2016-02-27
Kidane Mehret
2015-10-28
Salamander
2015-04-30
Lightning Chess
2015-04-16
Beeldenstorm
2015-03-02
Declamation
2015-02-12
Nelson in State
2015-02-07
escalator
2014-12-13
Comba
2014-08-25
Jesus is Lord
2014-07-17
Ferm & Zeker
2014-05-24
Kigali Busstop
2014-04-15
Lente in Vrijstaat
2014-04-01
Avond in Istanbul
2014-02-02
Erasmus in Afrika
2013-03-27
Botshabelo II
2013-03-26
Botshabelo I
2012-10-29
Judge Gideon
2012-10-24
expeditie cacao II
2012-10-20
expeditie cacao I
2012-06-14
Wisdom II
2012-06-11
Wisdom I
2011-11-05
redt het milieu!
2011-10-31
I love Colcom!
2011-09-13
Titanic Glace
2011-06-16
risk of violence
2011-05-03
make some noise
2010-10-15
sortir le chien
2010-09-25
faire la cuisine
2010-02-19
flagellant
2010-01-14
bange hondjes
2010-01-12
interdit d'uriner
2009-08-04
rook doet leven
More Reading:
www.hardemokka.nl
2012-10-24

Vervolg:

Planteur Germain woont met zijn gezin en een paar geiten aan de rand van de bush. Hij heeft vier cacao-velden ter observatie onder zijn hoede. Voor zijn huis staat een reusachtige mangoboom, zwaarbeladen met vruchten, die ook zonder toezicht uitstekend groeien. Germains opdracht is om met behulp van vragenlijsten bij te houden wat hij aantreft bij de cacaoplanten in het veld. Hij zal ons vergezellen en laten zien hoe het er voorstaat. Dwars door de bush gaat het, naar de plantage die ik nooit als zodanig zou herkennen zonder het geïmproviseerde toegangshek dat ons ineens de weg verspert. De cacaoplanten staan helemaal niet netjes gerangschikt, maar kriskras door elkaar te midden van bananen- en citrusbomen, nogal anders dan de oerhollandse appelboomgaard die ik voor ogen had.

Het ís echter wel ordentelijk, zo blijkt. Dat er andere bomen en struiken op de plantage staan zorgt voor schaduw, een gunstige waterhuishouding en biodiversiteit, iets wat men diversificatie noemt. Het is niet alleen voor het welzijn van de cacaoplanten dat er andere bomen staan. De planteur behoeft ook enige aanmoediging. Wat extra opbrengst in de vorm van bananen en citrusfruit moet hem motiveren vaker naar het veld te gaan én de vragenlijsten netjes in te vullen. Dat laatste lukt niet altijd; van hetgeen onderzoekers als data in hokjes willen stoppen ziet niet iedereen het belang.

Biologen zien werkelijk overal mogelijkheden tot ontleding en determinatie. Ons een weg door de plantage banend krijg ik van alles aangewezen. Vliegjes met de poëtische naam forsoponia die de cacaoplanten bevruchten. Gemeen stekende beesten en verspreiders van ziektekiemen zoals de gevreesde ‘moutmout’, piepkleine vliegjes wiens beten verdraaide pijnlijk zijn en natuurlijk legio muskieten. Maar we zien ook schitterende vlinders met koningsblauwe en citroengele vleugels, grote roodgroene sprinkhanen en legioenen mieren. Die laatsten werpen zich, als ze geen machtige rivier onder je voeten vormen, vanuit de bomen naar beneden. Als je pech hebt rennen ze je mouwen in  om, daar gestrand, in je oksel te bijten. De pijn is gelukkig licht en niet van lange duur.

Afgemeten aan het weelderige groen en de alomtegenwoordige overvloed aan vruchten zou je denken dat de roodgekleurde aarde uiterst vruchtbaar is. Het tegendeel is waar, wordt mij uitgelegd. De hoge aluminium en ijzergehaltes in de grond belemmeren planten juist andere voedingsstoffen op te nemen. Alleen door voortdurende compostering van vallend gebladerte kan een vruchtbare toplaag ontstaan, waardoor alles zo scheutig kan groeien.  

Eén van de voorliggende vraagstukken is: hoe geraken ziektes in nieuwe plantages? Mieren zijn potentiële boosdoeners. Zij nemen grond vervuild met sporen mee om in de plant een nest te bouwen. Mensen kunnen besmette aarde meenemen onder hun schoenen. Regen zou ziektekiemen kunnen verspreiden. Een druppel of splash neemt dan sporen mee in het water. Research en monitoring zijn aldus van wezenlijk belang voor het opsporen en bestrijden van ziektebronnen. Zo is onlangs ontdekt dat een vermeende schimmel eigenlijk een vermomde algensoort is, de fytoftera mimicry. Deze is steeds met verkeerde middelen bestreden, uiteraard zonder succes.

Sommige cacaoplanten, eigenlijk bomen, gaan generaties lang mee. Vruchten groeien zowel aan de takken als aan de stam. Een goede plant geeft 40 tot soms 60 vruchten per jaar. Elke vrucht bevat ongeveer 40 zaden. Ik mag van het vruchtvlees en de lichtpaarse zaden proeven. Hee, cacao smaakt in het geheel niet naar chocola! Het is eerder onbestemd, een beetje bitter op de tong. Voordat het ook maar in de buurt van chocola komt ondergaan vruchtvlees en zaden een heel fermentatieproces. Ze worden op grote stapels gestort en afgedekt met grote bladeren. Bacteriën en gist doen de zaden bij een temperatuur van rond de 500C veranderen van kleur en smaak. Af en toe worden ze gekeerd en na een kleine week in de zon te drogen gelegd. Als het hard regent worden ze op grote rekken in drooghuizen gefermenteerd en gedroogd. Na verpakking in grote jute zakken en verscheping voor verdere verwerking worden de bonen achtereenvolgens gereinigd, gebrand, gebroken en ontdopt, nogmaals gebrand en tot slot gemalen. Zo krijg je cacaomassa, waaruit weer verschillende producten kunnen worden gewonnen.

Ook China ontdekt de chocola en dat voorspelt een nog grotere vraag naar cacaobonen.  De twee grote spelers op de cacaomarkt, het Amerikaanse Herschey’s en het Zwitserse Nestle, investeren dan ook flink in research en productverbetering. Ook sponsoren zij onderwijsprojecten op agrarisch en economisch vlak. Eigenbelang prevaleert hier me dunkt boven armoedebestrijding, maar het is duidelijk dat ook kleine boeren van deze initiatieven profiteren. Tevreden en bezweet klim ik weer in de pick-up truck en denk aan het grote stuk pure chocola dat thuis op mij ligt te wachten.

oogst.jpg