
Mfou National Parc, 25 kilometer buiten Yaoundé, is niet alleen een 1044 hectare tellend wildpark maar ook een groots opgezet opvangcentrum. Verweesde apenbaby’s, wier moeders door stropers te grazen zijn genomen en gewonde apen, die in de strik zijn vastgeraakt of zijn aangeschoten, worden er liefdevol verzorgd en opgenomen. Terugzetten in de bush is geen optie. De baby’s kopiëren het gedrag van hun oppassers en raken nooit bekend met hun ‘natuur’, terwijl de volwassen dieren die ‘natuur’ juist razendsnel afleren in gevangenschap. Er verblijven chimpansees, bavianen, mandrils en gorilla’s van alle leeftijden en het lijkt in niets op de Apenheul of Blijdorp. De volwassen dieren krijgen werkelijk de ruimte. Ze leven groepsgewijs in grote, met schrikdraad afgezette stukken bos. De habitat wordt zoveel mogelijk nagebootst. Voor ze daar echter ongestoord kunnen rondrennen wonen ze in aparte verblijven, waar ze, onluisd en ingeënt, kunnen wennen aan hun nieuwe leefomgeving en elkaar. Louter vreedzaam vlooien doen ze niet, het kan er stevig aan toegaan. Asociaal gedrag wordt niet getolereerd en regelmatig is het krijsen, rennen en bijten geblazen. Het is voor de toeschouwer niet moeilijk parallellen te trekken met de mensenwereld. De baby’s worden 24 uur per dag door surrogaat apenmoeders gepamperd, liggen letterlijk met de luier aan op schoot en krijgen melk uit flesjes gevoerd. Ze moeten 3 maanden in quarantaine blijven. Voornamelijk dames melden zich voor dit type vrijwilligerswerk, ze komen er uit de hele wereld speciaal voor over. Het schijnt ongelofelijk mooi en dankbaar te zijn, aldus twee blanke madonna’s- met-kind die ter plaatste een enorme sereniteit uit zaten te stralen. Ik heb me niet als vrijwilliger aangemeld. Uiteraard is het vertederend, zo’n pluizige babychimp, maar praktisch ingesteld zag ik toch vooral nadelen, zoals 24 uur per dag stilzitten in een kleine quarantaineruimte, en in de verzengende hitte almaar zo’n warm plakkend diertje vasthouden. Ook het apenmoederschap is niet aan mij besteed. Ondanks een jachtverbod, pogingen van overheidswege tot ontmoediging in de vorm van van boetes en het geven van voorlichting wordt in de bush nog steeds hartstochtelijk op apen gejaagd, zoals op alles wat beweegt en eetbaar is. Aap is hier net als koe bij ons, een verdraaid lekker stukje vlees, volgens kenners zelfs een delicatesse. Bushmeat wordt vaak langs kant van de weg aangeboden, maar apenvlees is vanwege het verbod op de handel in de illegale sfeer beland. Het is, ook voor locale begrippen, erg duur. Op de markt wordt het in maaltijdvorm verkocht, zodat het niet direct als apenvlees herkenbaar is. Inventieve ‘mama’s’, de chefkoks van de straat, doen er goede zaken mee. Wetend dat het met de wetshandhaving bar slecht is gesteld kan je niet anders dan treurig worden om het almaar slinkende dierenbestand. Genevieve is ook dol op aap, alleen al de gedachte doet haar saliveren. Heb je dan niet het idee dat je een soort mens op aan het eten bent, vraag ik haar. Nee, nu niet meer, maar de eerste kennismaking daarentegen was geen pretje geweest. Haar vader had, toen ze nog een klein meisje was, een gorilla gedood en meegebracht naar huis. Het dier had met handen en voeten gebonden aan een stok gehangen en enorm veel op een kind geleken. Dat wat voor een feestmaal moest doorgaan was voor haar broertjes en zusjes en haarzelf een object van gruwel geweest. Vol ontzetting hadden ze de handen voor de ogen geslagen en het op een krijsen gezet. ‘s Avonds toen de gorilla, onherkenbaar in kleine stukjes weliswaar, werd opgediend, waren ze heel achterdochtig geweest. Ja, mama kon nu wel beweren dat het rundvlees was, maar het was natuurlijk dat arme kleine kind dat papa had meegebracht. Dát gingen ze echt niet opeten! Niet eten? Dan een ferme lel om de oren en al snikkend slikken. Zo leer je wel je bordje legen. Wijselijk werden hoofd, handen en voeten van de vangst voortaan in de bush afgesneden om enige gelijkenis te voorkomen. Voor mij geen aap, zeg ik resoluut. Weet je wel dat ze bijna uitgestorven zijn? Ja,dat weet ze wel. Maar, met een diepe zucht, ongetwijfeld denkend aan de smaak, het is zo lekker. Waarmee eigenlijk alles is gezegd.