

Bamako, juni 2013. Bij aanvang van de vaartocht lijkt het nog een bijzondere aanblik. In het ochtendlicht wast een eenzame man, gehurkt aan de oever van de rivier, aandachtig zijn ebbenhouten lichaam. Over stad en heuvels ligt een fijne waas die weer een dag van klamme hitte voorspelt, een enkele ranke prauw maakt rimpels in het langzaam stromende water. Het is stil op zondagmorgen, aan deze zijde van de ‘nieuwe brug’. Auto’s en brommers steken maar mondjesmaat de Niger over. Is het altijd zo rustig hier? Dit is toch Bamako, één van de snelst groeiende steden in Afrika? Zou het de afgekondigde noodtoestand zijn?
Stroomafwaarts toont de stad zich van een heel andere kant. Het is wasdag en overal waar het water bereikbaar is wemelt het van de mensen. Men wast zichzelf, de kinderen en de was, een enkele auto, tapijten en geiten. Vrouwen met ontbloot bovenlijf en een lendendoek om soppen huid en haar, tanden worden geschrobd, grote teilen met wasgoed aangesleept. Tussen de welig tierende waterhyacint, een waterplant uit de top-tien van meest wijdverbreide en schadelijke onkruiden, wereldwijd de waterkwaliteit ernstig bedreigend, deinen plastics en ander afval in vormen en maten. Wie zich hier wast, wast zich onvermijdelijk in het vuil van anderen.
Vanaf het water zie je pas echt duidelijk hoe snel Bamako groeit. Plattelanders bestormen de stad op zoek naar werk of ander geluk. Wijken voor nieuwe rijken worden uit de grond gestampt. Waar die al verrezen zijn, zie je tegen de hen omringende, hoge muren krotten aankruipen, opgetrokken uit riet en plastic en welk bouwmateriaal zich ook maar aandient. Dit is de aanblik van hedendaagse bastions, met een duidelijke scheiding tussen wie binnen- en wie buitengesloten is. Waar de één voor het fraaie uitzicht gaat, kiest de ander uit pure noodzaak voor een plek nabij de levensader van de stad. Van alle bouwsels springen het meest in het oog de hutten, bekleed met bruin pakpapier en omwonden met lange touwen, als waren het pakketten klaar voor verzending. Waarschijnlijk is het een seizoensgebonden oplossing tegen het alomtegenwoordige stof.
Om de tomeloze honger naar bouwmateriaal voor de almaar uitdijende stad te bevredigen delft men zand en kiezel in de Niger. Woestijnzand, in ruime mate voorhanden in Mali, voldoet jammer genoeg niet aan de kwaliteitseisen. Aldus is in een relatief kort tijdbestek een heel nieuwe industrie ontstaan, waarin zo’n 15.000 mensen hun bestaan hebben gevonden. ‘Zandvissers’, die voorheen echte vis vingen, maar bij gebrek daaraan hun activiteiten verlegd hebben, duiken tot wel 3 meter diep om zand en kiezel uit de rivierbedding te scheppen. Dit doen zij met ingehouden adem, een mand en de blote hand. De schepen die het zand vervoeren, pinasses genaamd, hebben meestal een capaciteit van twee tot drie kubieke meter en worden als een punter met spierkracht voortbewogen. Sommigen varen met een miniscuul zeil. Wie zich een buitenboordmotor en brandstof kan veroorloven is spekkoper.
Vandaag liggen veel pirogues en pinasses, gemaakt uit hardhouten planken, half op het land getrokken of rijen-dik ‘voor anker’ langs de kant van de rivier. Op het droge slagzij makend doen ze soms dienst als wasdroogrek, net zoals stroken groen, struiken en bergen met zand. Het levert uit de verte bezien een kleurrijk beeld op. Voor de constructie van genoemde schepen wordt van oudsher Afrikaans mahoniehout (Khaya Senegalensis) gebruikt. De bouw van een schip van 9 meter lengte vraagt gemiddeld om tweeduizend kilo hardhout. De lange, zware planken worden met vuur verhit, zodat ze gebogen kunnen worden. Vervolgens slaat men ze met klinknagels aan elkaar en breeuwt men het schip om het waterdicht te maken. De gemiddelde pinasse gaat twintig jaar mee en wie er één laat bouwen investeert een smak met geld. Voor het terugverdieneffect moet hard gewerkt worden. Dat zulks in het geval van de zandvissers ook echt gebeurt moge wel uit de cijfers blijken: tussen 2000 en 2006 werd in de Niger naar schatting 20 miljoen kubieke meter zand gedolven, het leeuwendeel dus met de hand. Het is een onwaarschijnlijke hoeveelheid..
wordt vervolgd

