

Istikbal. In een kleine pijpenla tolk ik voor leuke dames op leeftijd, met kleurige hoofddoek getooid,
die maar niet aan de winkelier uitgelegd krijgen wat ze willen weten (de prijs in “leur”).
Bij mij valt het “leur” kwartje ook pas na enige tijd en alleen maar omdat het over handelswaar gaat.
Het gaat natuurlijk om de prijs in Euro, maar dan weer onnavolgbaar op z’n Frans verbasterd.
Spreek je Arabisch?, vraagt één van de dames aan de winkelier. Nee, schudt hij. Hij spreekt Turks en kijkt er volhardend bij.
Ik spreek noch Turks, noch Arabisch maar gelukkig wel wat Frans. Dat de beste man geen Arabisch spreekt vinden ze
duidelijk merkwaardig. Dit is toch een islamitisch land? In plaats van op de scheiding tussen kerk en staat in te gaan,
die hier nog net geldt, gooi ik een ander theologisch balletje op. Ja dames, dat is de straf van God voor de mensheid, zeg ik,
al die verschillende talen en dat we elkaar niet kunnen begrijpen. Dit begrijpen ze precies. Ze blijken Frans-Marokkaans,
gezellig voor een paar dagen op stap. Hoe misleidend weer, zo’n hoofddoek, denk ik. Ik had ze echt voor Turkse dames aangezien.
Van het Frans naar het Engels vertaald komt de boodschap over prijzen per kilo prima over.
Er komt een grote telmachine boven de toonbank voor het omrekenen, er worden producten gemonsterd en dozen geschud.
Of hij iets over de situatie aan het Taksimplein heeft gehoord, willen ze weten. Ze zijn van plan er morgen gaan shoppen.
Kan ik vragen of hij denkt dat het er rustig zal zijn? Ik kan het ook uit eigen observatie melden.
Er waren cohorten oproerpolitie op de been vandaag, met pantserwagens, knuppels en schilden. Betogers waren er misschien vijftig,
allemaal uiterst vreedzaam. Er waren camera’s in vormen en maten, van tv, kranten en tientallen toeristen.
De aantallen ME-ers monsterend, minstens honderd in getal, leek het wel alsof er een veldslag moest worden uitgevochten.
Er gebeurde evenwel niets. Morgen zal het vast niet anders zijn, is mijn gedurfde observatie.
Gerustgesteld kopen de dames een kilo vijgen, een kilo nootjes en wel zes dozen lochoum. Het uitje is gered.
Weer op straat word ik bij de keel gegrepen door een uiterst droevig lied, gezongen door mooie blonde Turken
met karakteristieke koppen. Ik kan geen stap meer verzetten voor ik het met tranen in de ogen uitgeluisterd heb.
Wat is het, vraag ik aan één van de meezingers. Het is een zeemanslied, meer precies Zwarte Zee-muziek.
Dus daar komen die haren en blauwgroene ogen vandaan. Uit Georgië of van de Oekraïne,
waar tritsen blanke slavinnen vandaan werden gehaald voor de markt in Istanbul.
Of zouden hun voorvaderen Grieken zijn, afstammend van de eveneens blonde Alexander de Grote?
De verscheidenheid aan gelaatstrekken die ik de heb gezien is bijna niet te tellen, zoveel volkeren zijn hier samengebald.
De tekst van de smartlap heb ik helaas niet begrepen. Hij kan het ook niet voor me vertalen. Maar vóel je het, zegt hij. Ja nou.
Voor maar liefst acht en een halve lira smikkel ik even verderop in een kleine snackbar dürüm en drink ik ayran.
Er passen net drie hele kleine tafels in de ruimte en de hitte van de draaispiezen voor het vlees slaat op mij neer.
Ik zit met mijn hoofd bijna in de vitrinekast vol salades en frisdrank. Daar nadert een oudere man met een piepjonge vrouw.
Zij in zwart gewaad en met hoofddoek ferm omgeknoopt, amandelogen, lange wimpers.
Ze wil een sandwich maar mag het zelf niet vragen aan de meneer van de snackbar.
Ze moet buiten blijven staan en denkt heel hard na voor ze het weet. De gewenste sandwich blijkt helaas uitverkocht.
Vermetel stapt ze nu toch naar binnen om nog wat aan de bestelling toe te voegen. Ik vind het heel dapper.
Gisteren in Club Reina zag ik ook oude mannen met bloedmooie jonge vrouwen. Schaars bedekt, die laatsten,
of met niets verhullende strakheid bekleed. Behalve de religieuze saus of het ontbreken ervan zie ik geen eigenlijk geen verschil.
De politie is er nog steeds, nu is er weer een andere demonstratie gaande.
Weer een grote bus van de ME en wel twintig oproerpolitiemannen die zich zichtbaar staan te vervelen
bij een lange toespraak van een man met een baard en een megafoon.
Zoveel mannen die klaarstaan met een geweldsmonopolie op zak om hun eigen generatiegenoten en stadgenoten te vermorzelen
als hogerhand er om vraagt. Eén straat op één avond in Istanbul. Kilo’s stof tot nadenken.
