
Hoewel er veel dingen zijn waar je op straat in kunt trappen, zeg een plas een kuil of een stuk rottend fruit, is hondepoep geen van de voorliggende gevaren. De weinige honden op straat zijn zonder uitzondering ondervoede, schurftige luizenbossen en liggen er meestentijds voor dood bij. Een enkele keer zie je wel een goed verzorgde hond, dan hoort ‘ie bij één van de vele beveiligingsfirma’s die de stad telt. Zo’n hond zit dan in een wagen met woest kijkende mannen en blaft wat om zich heen en je vraagt je af hoe hongerig ze hem houden. Kleine en wendbare exemplaren worden soms voor de jacht gebruikt. Andere honden liggen ergens op een erf aan de ketting, die zijn er om huis en haard te bewaken en niet, zoals bij ons, voor het gezelschap. Een echt goede reden om de hond aan de ketting te houden is rabiës of hondsdolheid. Jaarlijks sterven zo’n 55.000 mensen wereldwijd aan deze virusinfectie, die de hersenen aantast en die onbehandeld onherroepelijk de dood tot gevolg heeft. Het merendeel van de slachtoffers valt in Afrika. Rabiës wordt via het speeksel van zoogdieren op mensen overgebracht. Vaak zijn dit honden, maar ook andere zoogdieren zoals vleermuizen, vossen, katten en apen kunnen de ziekte dragen. Eén beet volstaat, soms kan een krab of lik al besmettelijk zijn. Vooral kinderen vallen aan rabiës ten prooi, omdat die sneller geneigd zijn zo’n lief dier eens lekker te aaien zonder gevaar te zien. Honden worden wel gevaccineerd, maar dat is duur, dus wie het ontduiken kan zal het niet laten. In de stad worden ook hondemeppers ingezet om loslopende exemplaren van straat te halen. Zijn ze ziek dan worden ze afgemaakt, anders ingeënt en verkocht, al vraag ik me af wie daar geld voor over heeft. De gedachten gaan al snel uit naar de Chinees om de hoek. Dat de verkoper van blinkende hondenriemen en halsbanden, bezet met noppen en strass, het veld nog niet heeft geruimd blijft verbazen. Misschien voorziet hij een trend. De moderne Afrikaan is gevoelig voor gadgets, dat is zeker. In het rijke westen is de hond een statussymbool. Als we het kopiëergedrag beschouwen en nu in het stadium verkeren van de mobiele telefoon als onderscheidingsteken, dan zal het niet lang meer duren voordat de hond het hier gaat maken. Vooralsnog echter zijn de enige lieden die je een hond kunt zien uitlaten blanke expats, wier huisdier is meegereisd naar het andere eind van de wereld. Hector is zo’n huisdier, een Rhodesian Ridgeback met glanzende pels en parelwitte tanden, 45 kilo jachthond schoon aan de haak. Onlangs kregen wij Hector mee voor een wandeling, zodat de baas zijn aandacht op andere zaken kon richten. Het was een bijzondere ervaring. Alsof de Rode Zee zich opende, zo week de massa op straat uiteen als ze ons met de overigens oer-goeiige loebas in het zicht kregen. Kinderen zetten een keel op of verscholen zich met paniek in de ogen achter een geparkeerde auto. Moeders hielden hun kroost beschermend achter de rokken en bleven op afstand tot we gepasseerd waren, volwassen kerels sprongen de lucht in van schrik en staken snel de straat over om het bakbeest te ontlopen. De wat meer dappere zielen vroegen of ‘ie beet, waarop ik bleef herhalen dat ‘ie echt très, très gentil was. Het was hilarisch maar voelde ook ongemakkelijk. Beelden van Afrikaners die hun hond speciaal op het grijpen van de donkere medemens hebben afgericht doken op in het achterhoofd. Daar wil je als weldenkende blanke natuurlijk niet mee geassocieerd worden. Op de vraag waarom ze nou zo bang zijn, kwam het volgende intrigerende antwoord: wel, omdat Europese honden echt plus méchant zijn. Dat weet iedereen. Prettige bijkomstigheid van dit vooroordeel: het was eindelijk eens een makkie om foto’s te schieten. Niemand zou het in z’n hoofd halen daar in het bijzijn van Hector wat van te zeggen.