Ferm en zeker, deze dokter G. Terwijl ze in mijn buik snijdt zie ik mezelf als een varken dat door een vakkundig slager wordt gefileerd. Prachtig hoe spieren botten vliezen en vet worden gescheiden en alles separaat te bewonderen is.
Mijn droomvak, chirurg. Snijden en kijken in buiken van anderen en al die pruttelende en pompende apparaten bewonderen en ontleden en oh ja repareren. Geen genoeg van het binnenste buiten.
Moet je zien hoe haar been staat, in een hoek, helemaal gespannen, zeggen ze onder elkaar. Alsof ik dat niet weet. Mijn kont hangt een centimeter boven de behandeltafel. Mijn lijf is in de gevechtsmodus. Rennen, zegt het, rennen!
Helse pijn voor verdoving. De adem stokt. Blijven ademen, zegt de verpleegkundige. Ja, die kennen we. Dat zeggen ze ook als je luchtpijp geblokkeerd is en je neusverkouden bent. Niet schrikken zegt ze. Een vochtige washand op mijn voorhoofd. Wel lekker.
Het fileren geschiedt doelgericht, ofschoon het litteken diep zit. Zegt dokter G, terwijl ze hard aan mijn vel vlees en weefsel sjort en nog wat verder snijdt. Het varken verkeert in doodsangst. De wetenschapper volgt haar op de voet.
Snel en doortastend is ze. Een zeer bekwaam chirurg. En ze hecht met dubbele lus. Zo treedt er minimale schade op aan de huid. Bent u alleen gekomen? U ziet wel bleek, zegt de verpleegkundige na afloop.
Ik voel me ook bleek. Bleek en uitgeput. Ik drink wat en bestel een taxi.
